Historie LTV de Eemelaar

Op een mooie zomeravond zaten eens 3 heren aan de bar.

Zoals menig sprookje met een soortgelijke tekst begint, zo begon ook het sprookje van onze tennisclub. Het begon allemaal in 1970.

 

Aan de bar van hotel cafe De Roskam, een restaurant was het toen nog niet, zaten Jan Ochse, Cees de Bruin en Nol Wessels al pratend over van alles en nog wat. Het ging waarschijnlijk over ons levendige dorp. Er wordt veel georganiseerd door een veelheid aan (sport)verenigingen en vriendengroepen. Jan merkte op dat hij het eigenlijk vreemd vond dat er geen tennisvereniging in het dorp was. De tennissport was op dat moment behoorlijk in opkomst. Van achter de bar reageerde Piet van Uhm met de opmerking “waarom gaan jullie dat dan niet opzetten”. En zo is het begonnen. Cees, Jan en Nol gingen aan het werk en na een jaar was de tennisclub opgericht.

 

Bij de oprichting werd besloten dat de vereniging een naam moest hebben. Dat was niet moeilijk. De Achterveldse Tennisclub was geboren. We hadden al snel 60 leden die allemaal een bedrag storten van 10,00 gulden. Dat was een soort contributie waarmee we konden aantonen dat we betalende leden hadden en hiermee de lopende kosten konden afdekken. Als eerste voorzitter werd Jan Ochse gekozen, secretaris werd Nol Wessels en Piet van Uhm vervulde de rol van penningmeester. Cees de Bruin werd bestuurslid. Door zijn werk had hij een makkelijke ingang bij aannemers en de gemeente. Deze 4 mensen hebben ervoor gezorgd dat “Tennisclub Achterveld” al heel snel een tennispark had van 2 banen met als clubhuis de tent van Bertus Beekhoven.

 

En zo ging de vereniging al snel van start met het geven van les aan mensen die deze sport nog nooit hadden beoefend. Rene Berg was onze eerste, en volgens mij ook langst zittende, trainer. Ook de jeugd werd lid en het ging heel goed met de club. Na drie jaar was de club flink gegroeid en was uitbreiding noodzakelijk. We kregen er 2 banen bij. In dat jaar zijn we ook gaan deelnemen aan de competitie. Onder tussen was, ik denk in 1973, de heer Jan Schouten, onze dorpshistoricus, bij ons gekomen met het verhaal dat de vereniging op oude gronden stond van het landgoed ‘Emelaar’. Het bestuur heeft toen in een extra vergadering besloten dat we de naam van de club zouden wijzigen in LTV de Eemelaar. Waarom er toen een e is toegevoegd is tot op heden niet bekend. Wie het weet mag het zeggen.

Toen de 4 banen er lagen en we competitie gingen spelen was het clubhuis, de tent van Bertus Beekhoven, niet meer geschikt. Cees de Bruin werd op pad gestuurd om naar een nieuw onderkomen, bijvoorbeeld een directiekeet, te gaan zoeken. Die was gauw gevonden. Jan Bannink van de firma van Schoonhoven, destijds de aannemer in Leusden die veel grondverzet deed en wegen aanlegde, had nog wel wat staan. Voor 1500.— gulden werd de keet gebracht en opgebouwd. Wel moesten we zelf voor alle voorzieningen zorgen zoals water, stroom, riool etc. Ook moest het pand geschilderd, opgeknapt en ingericht worden. Ook een bar, getimmerd door Loek Enters, werd aangebracht. De zelfwerkzaamheid was toen al enorm. Burgemeester van der Post opende feestelijk het geheel vernieuwde park.

 

Met 4 banen en een echt clubhuis begon de club echt te leven. Bestuurlijk gebeurde er ook veel die jaren. Jan Ochse trad af als voorzitter. Hij was een van de grote motoren achter het ontstaan van de club. Cees de Bruin verhuisde naar Scherpenzeel en Piet wilde van zijn penningmeesterschap af. En zo werd Nol voorzitter, Hilda Wolters werd penningmeester, Wim Groenewegen was er voor de technische zaken, Herman Timmer voor de begeleiding van de competitie en Hennie Kelder werd secretaris. Een van de leuke anekdotes destijds was het voorlezen van het jaarverslag door Hennie Kelder. Aanwezigen destijds zullen zich dat nog zeker herinneren als een van de leukste voordrachten van het jaarverslag.

 

In 1977 zijn we gaan nadenken over een nieuw clubhuis. Het bestaande 2e hands clubhuis, geheel uit hout opgetrokken, begon wat ouderdomsverschijnselen te vertonen. Een uit stenen opgetrokken complex was dus hard nodig. Wim Groenewegen, hij was het eerste lid die werd onderscheiden met het ere insigne in zilver, stelde een ploeg samen die dit project ging trekken. Binnen twee jaar zou een prachtig gebouw ontworpen en gebouwd worden. Een kaal gebouw wel te verstaan want ook hier was de zelfwerkzaamheid groot. De hele inventaris werd zelf gemaakt en aangebracht. Zo werd de bar in een schuur bij de familie Langereis gebouwd. Een ijzeren constructie die met houten delen en parket werd afgewerkt. Diederik Tielenius Kruithof had hier een groot aandeel in. Overigens staat de basis van deze bar er nog steeds. Voor de kleur en inrichting van het gebouw werd een binnenhuis architect geraadpleegd. Kosteloos natuurlijk want daar heb je vrienden voor. Tegelijk met het clubhuis kregen we ook baanverlichting. En dat was uniek in die tijd. In de weide omgeving waren er maar heel weinig clubs met de luxe van baanverlichting.

 

Voor de opening van het nieuwe clubhuis was iets origineels bedacht. Het pand was ingepakt met grote linten (als een cadeautje dus) en zou door een weerballon (geregeld door, Drs. in de hogere luchtlagen Hennie) omhoog getrokken worden. Echter in het clubhuis sneuvelde de genoemde ballon al voortijdig. Maar daar hadden we natuurlijk rekening mee gehouden. We waren in het bezit van een reserve. Helaas, ook deze ballon ging voortijdig kapot. De toenmalige burgemeester Jan Rademaker (wat een aardige man was hij toch) opende met veel flair ons nieuwe clubgebouw en zegde meteen de horecavergunning toe. Dat hoef je vandaag de dag niet meer te proberen want dan wordt je als burgervader meteen naar huis gestuurd. De plaquette bij de deur werd onthuld door Wethouder Zandbrink, een bekende naam in Achterveld.

 

In die tijd werd ook ons beeldmerk, de kasteeltoren met tennisbal, ontworpen door het reclamebureau van Cees Broekhuijssen. Een gouden vondst want het is nog steeds het gezicht van de Eemelaar.

 

Voordat ons clubhuis officieel werd geopend hadden wij ons eerste open toernooi georganiseerd. Herman Timmer had niet stilgezeten en stelde voor een open toernooi te organiseren. Samen met Jan van den Essenburg is in 1979, week 32, het eerste Open Bancroft toernooi gehouden op de nieuwe banen met verlichting. Bancroft was in die tijd een bekend tennisracket producent. Het nieuwe clubhuis werd officieus in gebruik genomen.

U moet zich voorstellen dat de meeste tennisverenigingen destijds geen of niet zo’n mooi clubhuis hadden en al helemaal geen verlichting. Ik denk dat er toen maar 1 park in Amersfoort was die ook lampjes had. Toenmalig winnaar van het eerste heren enkel B, tegenwoordig is dat speelsterkte 3 en 4, Frits de Graaf was met stomheid geslagen dat er in Achterveld zo’n mooi park was die alles had wat je als tennisvereniging maar te wenzen had. In zijn nog steeds memorabele 20 minuten durende toespraak, wat gebruikelijk is als je de heren enkel B wint, roemde hij de vereniging om zijn gastvrijheid, gezelligheid, zelfwerkzaamheid etc. etc. Zijn toespraak begon heel mysterieus. Hij zei: ‘als je het park en clubhuis binnen komt zie en voel je het hangen’. Daarmee doelde hij op de gastvrijheid, gezelligheid etc. Tot op heden hebben wij dat imago nog steeds. Het open toernooi is nog steeds het grootste evenement van de club waar een enorme hoeveelheid vrijwilligers aan meewerken.

Een veelbewogen en veelbesproken geschiedenis dus. De jaren erna groeide en bloeide de vereniging. De banen werden goed onderhouden en na de privatisering in 1996 werd het ons eigendom. In 2004 is het park geheel gerenoveerd en is nu weer een plaatje. Zelfs plensbuien kunnen ons niet meer deren.

Het is een club om trots op te zijn, met al die jaren veel enthousiaste meewerkende leden. De leden van het eerste uur wat strammer allemaal, maar ze spelen nog steeds een beste bal. En het commissiewerk kunnen ze maar moeilijk loslaten. Daar mogen we ze best heel erg dankbaar voor zijn. Gelukkig hebben de jongere generaties zich ook aangesloten bij de enthousiaste vrijwilligers waardoor de club nog steeds bloeit. Ik zie dan ook nog steeds een mooie toekomst voor de Eemelaar.

 

Tot op heden is onze vereniging nog steeds een club van enthousiaste leden die veel zelf doen. Zolang je dat kunt volhouden blijft de saamhorigheid groot, de contributie laag en de barprijzen aanvaardbaar. De Eemelaar blijft een club met een laagdrempelige toegang.

De wens van de toenmalige voorzitter, ik dus, was dan ook dat alle leden het park en het clubhuis zullen beheren als een goed huisvader/moeder. Want vergis je niet, het is jullie eigendom waar je met zijn allen trots en zuinig op moet zijn.

 

Nol Wessels,

Met inbreng van Corrie Bloemers en Marcel Wessels.